“Regenrijders”

foto

Van uw verslaggever – 21 April 2014

Ze zijn van alle tijden; coureurs die boven komen drijven bij slecht weer en regen. Renners die net iets meer kunnen dan hun collega’s als het water hen langzaam in de schoenen loopt, en de koude de kracht uit de benen zuigt…Wie herinnert zich niet de heroïsche beelden van Erik Breukink op de flanken van de Gavia tijdens de Giro van ’88. De bakkes vol snot, onherkenbaar geworden door de kou en de sneeuw, maar met de blik op oneindig zichzelf een weg naar boven banend, dwars door de pijngrens, iedereen geknakt achter zich gelaten. Waar renners huilend waren afgestapt en riepen om hun moeder, ontving “De Breuk” de bloemen, en werd een legendarische overwinning bekroond… “Regenrijders”, het zijn de mannen onder de jongens!!!

Elke generatie heeft ze; Charley Gaul in hele vroege jaren. Roger de Vlaeminck en de goddelijke VDB. Tegenwoordig een Nibali, een Sagan, een Chavanel, hoewel onze eigen Bauke Mollema er ook wat van kan. Waar anderen s’morgens de gordijnen opentrekken en het liefst weer diep onder de wol kruipen, of beter; zich bij moeders de vrouw tegen het warme lijf aan vleien… wrijven de “Regenrijders” zich eens flink in de handen en beloven ze zichzelf vandaag eens flink in de aanval te gaan. Het zijn de meest ultieme dagen waarin de mooiste wielergeschiedenis wordt geschreven. Hoe kan het ook anders, wielrennen, sport van het volk, de slaven van de weg, dwangarbeiders op de pedalen. De prestaties worden alleen maar groter als de omstandigheden slechter worden. Wat is nu mooier dan een Parijs-Roubaix in kou en stromende regen. De uitslagen gaan vetgedrukt de boeken in, en tellen net wat meer als de “Mooi-weer-Koersdagen” … het is een simpel gegeven….

Waar het publiek liever thuis voor de buis naar de helden van weleer kijkt, lijken de “Regenrijders” zich zichtbaar onberoerd tegen de elementen te verzetten. Waar geen hond zich langs het parcours lijkt te wagen gaan de “regenrijders” onverstoorbaar verder… Het zijn de Helden boven de Bazen… !!!

Zo ook op de 21ste April rondom Hengelo. Een tourtocht als zoveel; georganiseerd door de plaatselijke wielerclub RTC Hengelo. Een ”Klassieker” van 85 km. die meestal wordt bereden door zón, pak ‘m beet, 5 a 600 coureurs.

De weersverwachtingen dit jaar gooiden echter voor menigeen roet in het eten, met als gevolg dat ongeveer de helft van de renners niet eens de moeite namen om het bed uit te komen. De buienradar beloofde veel regen bij een frisse voorjaarswind. Geen ideale omstandigheden voor een liefelijke paastocht dus… Nee, meer de omstandigheden voor de echte bikkels onder ons!!

De opkomst van de wielerformatie uit de Lutte was derhalve redelijk te noemen. Ondanks het buienradar-bericht van Huub Oosterbroek op de “Groeps-App”, stapten toch zón 15 coureurs op, en leek de “Zwart-wit-rode” brigade als 1 van de sterkste blokken in de koers te worden. Ondanks dat gegeven werden toch enkele “zwaargewichten” gemist, maar eerlijk is eerlijk, Pasen vraagt uiteraard ook om familiaire verplichtingen. Het zal echter uiteraard ook bij enkelen als dekmantel hebben gefungeerd, hetgeen gezegd dient te worden… Ook bij een wielerclub als W.C. De Lutte zitten zogenaamde “Mooi-weer-rijders” …; Renners die liever hun fiets niet smerig maken, de elementen niet kunnen of willen trotseren en hun gesoigneerde uiterlijk niet wensen te besmeuren met slijk en andere viezigheid…

De Lutterse wielerformatie ging rond de klok van 9.15uur “en Block” van start, hoewel Paul Nijhuis als eerste “het hazenpad” koos en ridderlijk enkele tientallen meters voorop bleef fietsen. Het doel van deze actie is niet bij iedereen helemaal duidelijk, maar het ziet er in ieder geval wel zeer “cool” en stoer uit; kromgebogen in een prachtige aerodynamische stijl met een krachtige pedaalslag op de grote molen alleen vooruit… een einzelgänger en linkebal onder de Lutterse wielervereniging die even maling lijkt te hebben aan het algemene ploegbelang en zijn eigen plan trekt!!

Bij het verlaten van Hengelo vielen de eerste regendruppels al naar beneden, en namen deze ook al snel in alle hevigheid toe. Het peloton reed echter stoïcijns verder. Er werd weinig gezegd; links en rechts werd een regenjasje aangetrokken, maar de Zwart-wit-rode brigade leek ongeroerd in formatie verder te koersen.

Bij het toenemen van de aanhoudende regen nam echter het gemor onder de coureurs ook langzaam toe. Er werd onderling eens gepolst hoe het ervoor stond. Rijden in formatie achter elkaar was bijna niet meer te doen; het zicht werd ontnomen door het opspattende water, en zelfs Martin Punt zijn dubbele bril leek hem geen uitkomst meer te bieden. De slanke en elegante rouleur schuwt het kopwerk zeer zeker niet, maar ook hem gaan de slechte weersomstandigheden niet in de koude kleren zitten, of beter gezegd… het gaat hem juist steeds meer in z’n natte kleren zitten!!

Nee… de aardigheid van een leuke tourrit op de zondagmorgen was het allang niet meer. Handen en voeten verkleumden, de lucht zag grauw, net als het gemoed van de meeste coureurs.

Bij het binnenrijden van Weerselo gaven de eersten “de pijp aan Maarten”… Te koud, te nat, te van alles niks… Nee…geen doen meer, en dus via een binnenweg verliet ongeveer de helft (!!) van de ploeg het peloton en snelde zich naar de verleidingen van een warme douche en de warmte van binnenshuis.

De mannen die door reden hoopten op beter weer en droge omstandigheden, maar ze kwamen van en koude kermis thuis. Tussen Weerselo en Denekamp leek de regen alleen maar in hevigheid toe te nemen. Het zicht werd slechter en de wolken werden alsmaar grauwer en donkerder. Harm Wantia gaf er op de Volterdijk nog even een flinke snok aan, met als gevolg dat alles uit elkaar werd getrokken… Het was zijn laatste wapenfeit, want aangekomen in Beuningen kneep ook hij in de remmen; “Bekijk het maar, het is niet meer te doen, te koud en te nat!! Ik ga maar eens op weg naar een lekkere paasbrunch en een warme kachel…”.

De rest van het peloton leek hem te volgen. Ook een Peter Benneker besloot op te geven; een kwartier eerder liet hij ieder nog weten hoe fijn hij het wel niet vond in de kou en in de regen… Hij leek zichzelf echter niet veel meer dan moed in te praten, maar gaandeweg liepen bij hem ook de schoenen vol, voelde hij zijn tenen niet meer, en vond hij het wel welletjes geweest… “Nee, dit is niet meer te doen, kom op zeg… genoeg is genoeg…!!!” Johan Mekenkamp twijfelde nog even, maar hij had net een gat dichtgereden, smeet weer als vanouds met zijn krachten en vond dat hij deze “Hel” maar eens over moest slaan… “Het is mooi geweest Johan… Je hoeft niet meer zo gek als je altijd gedaan hebt, je maakt de juiste keuze… met deze omstandigheden even geen volle bak meer…!!!”

Daarmee leek de “Zwart-wit-rode brigade” in zijn geheel op te geven in deze “Hel van Noord-Oost Twente”, en het moet gezegd worden, met zulke omstandigheden is dat zeker geen schande… Dit zijn geen omstandigheden om te koersen, het is gekkenwerk aan het worden, en het lijkt met de vooruitzichten zeker niet beter te worden…

Maar zie daar, waar iedereen af lijkt te stappen, sturen ineens drie mannen uit het peloton naar links de Oude Dijk op en vervolgen het parcours, de donderwolken en de asgrauwe lucht tegemoet.

Het zijn Jan Berning en Tino Lage Venterink van W.C. de Lutte en ene Bas uit Hengelo met z’n wit-gele HTC-Tenue. Bas is in de steek gelaten door zijn 5 maten, en koerst alleen… Hij heeft gisteravond z’n laatste paar flessen pils laten staan om vanmorgen op de fiets te stappen, en waar hij vanmorgen wachtte op zijn maten, lieten deze weten het bed niet uit te komen vanwege de komende weersverwachtingen. Bas liet zich echter niet kennen en bleek uit het juiste hout te zijn gesneden… Hij zag er inmiddels uit als het hout van een regenton, maar wat kan het schelen; “Ik ben er om een koers te fietsen, niet om af te stappen… Opgeven is iets wat niet in mijn vocabulaire voorkomt!!”, en strijdbaar vervolgde Bas zijn weg, in het wiel van de “tandem” van de twee overgebleven coureurs uit de Lutte: Jan en Tino.

Tino keek eens achterom. Hij had zich zojuist bedacht dat hij vanmorgen genoeg moeite had gedaan om uit z’n behaaglijke nest te komen, z’n geliefde achter gelaten met een lonkend warm lijf, en hij liet zich dus niet afpoeieren door een “beetje” regen…: “ Wat doow Jan, wie goat vedan of nich, ik bin net nen betje warm” …

— “Joa, tuulk goa’w vedan… Koman.. ried’n, wat denkt ze wa nich !!!”, reageerde Jan,… zoals overigens volgens mij alleen Jan kan reageren. Hij lijkt er een van de zeer lange adem, een “ausdauer”, en hij denkt er niet aan om zich door slechte weersomstandigheden te laten kisten. Sterker nog, hij lijkt alleen maar sterker te worden door de regen. Z’n tanige spieren lijken door z’n zestig jaren zo “taai als leder en hard als Kruppstaal”. Een beetje water,en zijn spieren worden alleen maar soepeler en sterker, zo blijkt!!

De twee mannen van de “100km +” uit de wielerformatie die zich rondom de Hellehond begeeft vervolgden hun weg…De Hellehond…git-zwartgekleurd…, met rooddoorlopen ogen, bewaker van de onderwereld die zich ophield rondom de Lutterse heuvels, de dood altijd nabij, brenger van een naderend onheil… De twee overgebleven coureurs, Jan en Tino, doen de Hellehond in dit grauwgrijze decor alle eer aan. Er beiden zeer vervaarlijk uitziend, ploegend tegen de elementen, inmiddels ook gitzwart van het slijk en van het zand, hun donkere blik starend in het oneindige, zwijgzaam, grommend soms… uit, en dan weer in het zadel, de snijdende regen tegemoet. Tino de eerste helft voorop, Jan in het wiel, en daarachter zwoegend en ploeterend de dappere Bas… Allen in een straf tempo, zonder al teveel te zeggen slokten ze het ene verdwaalde groepje na het andere op. De regen hield aan en leek voorlopig ook niet op te houden. De geluiden beperkten zich tot het geratel van de ketting en het plenzen van het water, het eigen gehijg en de eigen hartslag, af en toe overstemd door een flinke kuch en rochel. Zo zou de Hel er uit moeten zien… Geen levend wezen meer op de weg, de dieren diep verstopt in hun hol, geen fluitende vogels meer die de lente inluidden… Nee… niets meer dan een grijze grauwheid in een triest ogend en levenloze omgeving… De twee Hellehonden onverstoorbaar verder, stampend op de pedalen met een verloren ziel gedwee achter in hun wiel…

De pauze plaats werd ontweken, even een sanitaire stop voor een enkele, en voor de warmte het natte lijf uit werd gejaagd door de kou en regen vervolgden “de drie musketiers” hun weg. Nu kop over kop, en bij de heuvels rondom Bentheim en Gildehaus liet Jan nog even zijn spierballen rollen. Staand op de pedalen volle bak naar boven, Tino op het tandvlees erachter, Bas met z’n laatste krachten nog dieper en nog een stukje dieper in het rood… Er werd gekoerst zoals er gekoerst moet worden in een Hel zoals deze met niets meer dan pijn… een oneindig lijden in een troosteloos decor…

De resterende kilometers werden ook met een straf tempo verslonden, en bij het binnenrijden van de Lutte werd er kort afscheid genomen van hun reisgezel Bas. “De twee Hellehonden” keken elkaar eens diep aan met hun rooddoorlopen ogen en zagen een blik van herkenning. Een blik van trots ook, zij waren de twee die in deze zware omstandigheden overeind waren gebleven, niet gezwicht waren voor de verleidingen van een warme douche of een lonkende paasbrunch. Nee… als je opstapt voor een koers, koers je… ondanks wat die je ook brengt… Je gaat door zolang je doorkunt… en de ene kan langer door dan de andere, het is een simpel gegeven!! “Het moet wel leuk blijven”, zullen velen zeggen… De twee Hellehonden van de 21ste April 2014 delen een andere mening. “Als ik leuk wil fietsen ga ik wel met m’n vrouw op de elektrische fiets bij mooi weer het bos in met een vaartje van 20, een picknickmand achterop, keuvelend over de natuur en over het gras van de buren…”, zo zullen beiden denken hoogstwaarschijnlijk. Nee… zij zijn pas in hun element als de elementen juist op hun slechts zijn. Zij zijn de “regenrijders”, evenbeelden van de Hellehond vandaag…

“Sport verbroederd” zou er later worden gezegd onder het genot van een oud bruin bij “eetcafe Plexat”. Beiden werden enigszins wat uitgelachen om de aanblik van hun gezichten. Smoelen die er uitzagen als die van afgematte mijnwerkers, bijna onherkenbaar, en getekend door de ruige omstandigheden… Johan Mekenkamp voelde toch even spijt bij de binnenkomst van de twee… Dit was toch ook zijn terrein… Maar goed, vandaag even niet…; De volgende keer weer beter!!

De overigen, die al als eerste huiswaarts gekeerd waren en nog even in de kroeg bleven hangen, bekeken de twee alsof ze niet helemaal wijs waren om in deze omstandigheden te blijven koersen. De twee echter schudden de cynische opmerkingen lachend van zich af. Ze toosten als twee gezworen maten die net de zwaarste omstandigheden overleefd hadden… Twee kameraden van de tweede paasdag uit het jaar 2014. De ene opportunistisch en niet wetend van opgeven, de ander zo taai als drie jaar oude Sinterklaaskoek…Een koers die gekerfd wordt in het geheugen van beiden, en waarschijnlijk nooit meer zal verdwijnen. Diep in het geheugen zoals de etappe van “De Breuk” op de flanken van de Gavia… Voor hen een heldendaad; een daad die alleen maar sterker maakt met de wetenschap hoe te handelen onder de zwaarste omstandigheden. Niet elke wielerformatie heeft ze in hun gelederen. Wel veel Bazen over het algemeen, maar echte Helden zijn dun gezaaid… Goed om te weten dat W.C. De Lutte ze in huis blijkt te hebben!!!

Het weer is buiten inmiddels opgeklaard, de dagjesmensen begeven zich weer op straat, de vogels beginnen langzaamaan weer te fluiten. De zon wint het van de wolken en breekt langzaam door.

De regen en de koude is voorbij en “De Hel is niet meer…”

Jan blijft nog even hangen bij cafe Plexat en neemt wellicht nog een oud bruin of een Grosse Weissen. Hij neemt de tijd en wil een dag als deze zolang doen duren als het maar kan.

Tino lijkt inmiddels te worden bevangen door de kou en keert z’n fiets maar eens huiswaarts richting Oldenzaal. Bij het opstappen kijkt hij nog een keer opzij…

Aan de overkant van de straat staat de Hellehond in al zijn glorie, nog naglimmend van de regen. Z’n oren lijken spitser als ooit tevoren, de poten stevig aan de grond, z’n borst fier vooruit. De Hel gebracht, en de Hel overwonnen…, zo lijkt hij te willen zeggen. Eensgezind met de twee Helden van vandaag. De Helden boven de bazen, de mannen boven de jongens. De twee Hellehonden op de fiets, op een zeer regenachtige en ruige morgen, op de 21ste April in het jaar 2014. Een knipoog naar “de Trots van het Dorp” volgt… 😉 als een blijk van waardering onder eensgezinden…

En zo geschiedde; ze waren de Hellehonden van vandaag…
De Beulen van de weg, de overgebleven krijgers op pedalen!!
Dwars door de pijngrens, met de Duvel op de hielen …
“De Regenrijders” van weleer…

Hetgeen, op een dag zoals deze, gezegd mag worden !!!
Al is het maar voor even, “De Trots van De Lutte”!!!
Een tweede paasdag om niet te vergeten…

Tot zover …